Positieve bevallingsverhalen: waarom hoor je altijd alleen de horrorversies? Knipjes, uitscheuringen, vacuümpompen, nachten zonder slaap en uren weeën opvangen… Als je sommige verhalen hoort, lijkt bevallen bijna een extreme sport waar je nooit vrijwillig aan zou beginnen. Maar wist je dat de meeste vrouwen juist wel positief terugkijken op hun bevalling? Slechts 1 op de 5 ervaart het als negatief.
Hoe komt het dan dat we deze positieve bevallingverhalen niet vaker horen? Gek, want de meerderheid van de vrouwen heeft wél een positief bevallingsverhaal. Mijn bevalling was spannend, absoluut. Pijnlijk? Zeker. Maar ook mooi, vlot en op een gegeven moment zelfs… pijnloos. Ja, je leest het goed. Pijnloos. Dus: tijd om dat taboe te doorbreken en mijn verhaal toe te voegen aan de positieve bevallingsverhalen. Zodat jij weet dat het óók zo kan.

In mei zouden we naar Griekenland. Onze laatste keer met z’n tweeën. Zon, zee, feta… Ik had ‘m helemaal uitgedacht. Maar toen moesten we, met 20 weken, genoodzaakt de vakantie cancelen. Weg vakantie. Fast forward naar 32 weken zwangerschap. Eén van de laatste echo’s. “Het bloedvat is onvindbaar. Dus hij is weggetrokken,” zei de gynaecoloog. De kans was klein. Heel klein. Maar toch gebeurde het. Ik mocht waarschijnlijk natuurlijk bevallen. Met 35 weken zou we een bevestigende echo krijgen.
We verlieten het ziekenhuis met een mix van blijdschap en zorgen. We belden in de auto direct met onze ouders: tranen, lach, opluchting. Maar nog steeds zorgen. En toen besloten we: we gaan tóch nog weg. Geen Griekenland, maar wel iets veiligs in Nederland. Limburg it is. Camping geboekt. 28 graden in de voorspelling. Zwembad, buitenleven, barbecue. Nog één keer wij.

Onze vakantie inruilen voor een verloskamer
Ik zat met mijn boekje, voeten omhoog. Vakantiegevoel: check. Tot we besloten naar het zwembad te lopen. Ik dacht: even naar het toilet (zwangerschapblaas, if you know, you know…). Handen wassen… en ineens voel ik iets. Kut. Ben ik nou in m’n bikinibroekje aan het plassen? Terug naar het toilet. Zitten. Maar ik hoefde niet meer. Ik sta op… en ja hoor. Het loopt weer. Mijn vriend roept vanaf de ingang van het toiletgebouw: “Gaat alles goed?”. “Ja, wacht even!” roep ik. Terwijl nog een keer zitten tegen beter weten in. Het stopt het weer. Ik sta op… en het stroomt tussen m’n benen door als een open kraan.
Ik loop ongemakkelijk terug naar mijn vriend, die bij de ingang ongeduldig staat te wachten. Het blijft lopen tussen m’n benen. Met het schaamrood op m’n kaken (lees: bikinibroekje) en ik zeg: “We moeten terug naar de caravan. Nu.” Gelukkig is de caravan om de hoek. Daar stond ik dan: handdoek tussen de benen en telefoon aan het oor. Aan de lijn een lieve stem van Amphia. “Het klinkt alsof je vliezen zijn gebroken. We sturen je dossier door naar het ziekenhuis in Boxmeer. Laat daar checken of het vruchtwater is. We houden contact.”

Shit. Het is écht begonnen
Ik ben 34+2 weken. Dit kan niet. Mijn vriend kijkt me aan. Hij is de rust zelve. Ik in lichte paniek-modus. Hij rent naar de ingang van de camping om de auto te halen, terwijl onze campingburen direct doorhebben dat er iets mis is. Ik prop snel wat spullen in een tas. Oplader. Pyjama. Toilettas. We voelden de bui al hangen: dit voelt niet als een vakantie-einde, dit is het einde. Ik plof op de bijrijdersstoel met handdoeken onder mij. De caravan laten we achter. Met gierende banden rijden we naar het ziekenhuis. Hup, in de rolstoel. Direct door naar de gynaecoloog die op ons staat te wachten. Op de echo ziet alles er goed uit: het hartje klopt en er zijn geen bijzonderheden te zien. Thank God. De gynaecoloog wil nog even onder de microscoop kijken. Ze vangt wat op langs mijn benen. Ja hoor. Bingo. “Wil je het zien?” vraagt ze. Ja graag. Het ziet eruit als een prachtige varenstructuur. Hét bewijs. Nog even aan de monitor om te checken of de weeën al begonnen zijn. Alles was rustig. Geen paniek, rustig inademen.
We konden een plan maken. Ze besloten dat het beste was dat ik dicht bij huis bleef. Of ik nou ging bevallen of niet. Dus dat betekende dat ik met de ambulance naar Breda zou gaan. Een uur later staan twee vrolijke ambulancebroeders klaar. Ze maken grapjes, stellen vragen over de vakantie en houden het licht. Vanaf de Duitse grens naar Breda gaat het sneller dan verwacht met de ambulance. Ik lig daar, hand op mijn buik, en denk: Vandaag begon ik met een boekje in de zon. En nu… Nu zit ik midden in het begin van ons grootste avontuur.


Adrenaline op bed vs. stilstaan op de A59
We zijn bijna bij het ziekenhuis in Breda als ik iets voel. Lichte menstruatiekrampen. Oh nee, voel ik dat nou echt? Ik onderbreek voorzichtig het gezellige gesprek met de ambulanceverpleegkundige. “Eh… ik denk dat ik lichte krampen voel.” zeg ik. Haar reactie:“Goed dat je het aangeeft“. Ze pakt meteen haar telefoon om het ziekenhuis in te seinen, waar aan de andere kant van de lijn direct een bevalkamer wordt klaargemaakt.
Plan de campagne in het ziekenhuis: ik moet plat blijven liggen. Omdat vruchtwater blijft lopen als je beweegt, moet ik strikt plat blijven liggen. Gelukkig maakt je lichaam constant nieuw water aan voor de baby, maar het infectiegevaar door het lek blijft een dingetje. De komende uren lig ik aan de monitor. De artsen grijpen niet in; de natuur moet zelf bepalen of de bevalling doorzet of dat de weeën weer afnemen. Terwijl de adrenaline door mijn lijf giert op dat ziekenhuisbed, ondergaat mijn vriend zijn eigen drama. Hij is onderweg vanuit Limburg en staat muurvast in de file op de A59. Ik kan alleen maar wachten… op de weeën én op hem.

Honger als een paard
Nadat hij twintig minuten na mij binnenkwam, hadden we nog maar één prioriteit: eten. We stierven van de honger en leefden al de hele dag op alleen ons ontbijt. Om acht uur ’s avonds kwam de verlossing: mijn schoonzusje bracht twee pizza’s en een voorraad noodsnacks (nootjes, dadels, dextro en energierepen) mee naar de kamer. Hemels. Althans dat dacht ik. Vriendelijke waarschuwing voor alle aanstaande mama’s: een vette pizza eten als je op het punt staat te bevallen is een vreselijk slecht plan. Het is een wijze, maar vooral een hele zure les geweest…

Hoe ik mijn bevalling half slapend meemaakte
Rond tien uur werden de weeën pittiger. Regelmatiger. Ik dacht van te voren: ik wil dit zonder pijnstilling doen. Maar vanaf elf uur was ik de weeën hevig aan het wegpuffen. Die bekende bubbel? Geen sprake van. Ik kon de weeën niet ‘over mij heen laten komen’. De weeën duurden anderhalve tot twee minuten, met net genoeg pauze om te denken: oké, ik kan weer. En dan BAM, weer eentje.
Niets hielp meer tegen de pijn: liggen niet, lopen niet en die bevalbal al helemaal niet. Bij elke wee werd ik kotsmisselijk. Die pizza in mijn maag bleek achteraf een behoorlijke inschattingsfout. Rond één uur was ik zó kapot dat al mijn principes overboord vlogen. Ik móést die ruggenprik. Net op het moment dat de pijn zo hevig werd dat die hele pizza er weer uit kwam, stapte de anesthesist binnen. Lekkere timing sherrif. Precies in die zure lucht, maar ik was alle schaamte inmiddels voorbij. Het enige wat telde, was verlossing van de pijn. Toen de verloskundige me vertelde dat ik pas op een krappe twee centimeter ontsluiting zat. Toen wist ik het zeker. Oef… nog acht te gaan zonder verdoving? Nee bedankt.
Na de ruggenprik gleed de pijn weg en kwam er moeheid voor in de plaats. Ik viel in een diepe slaap van half drie tot half vijf. Daarna kreeg ik weer controle. De weeën waren minder geworden op de monitor zagen de verpleegkundigen. Ze waren bang dat de weeën niet sterk genoeg waren om ontsluiting te geven. Dus tijd voor een tweede check rond half vijf: 6 centimeter. Verbaasd, maar tevreden verlieten de verloskundigen de kamer weer. Weer viel ik terug in een diepe slaap tot half zeven. Half slaperig werd er weer een check gedaan. Ik bleek een volledige ontsluiting te hebben. Ik heb nog geen persweeën gevoeld. Alleen soms wat druk om te moeten plassen. “Dat is een perswee,” zei de verloskundige, “Maar dan meer naar beneden drukken, alsof je… nou ja, je weet wel.”

Knip of vacuüm? Nee, bedankt.
“Druk maar naar beneden Alsof je moet poepen,” zei de verloskundige. Shit. Letterlijk shit, want dit is oprecht de angst van bijna iedere vrouw. Ook die van mij. Poepen tijdens de bevalling… Maar er was geen weg terug. Of het ging gebeuren of niet, ik moest gaan persen. Omdat ik door de ruggenprik amper persweeën voelde (het was zo licht dat het bijna verwaarloosbaar was) had ik eigenlijk geen idee wat ik deed.
De verloskundigen moedigden me geweldig aan. Het ging goed en ik was er bijna. Tot ik het voelde: the ring of fire. Ik had hier natuurlijk over gelezen en dacht dat dit de hel zou zijn. Maar grappig genoeg: pijn deed het niet eens echt. Thank god voor die ruggenprik! Het voelde eerder alsof er down there iets behoorlijk in de weg zat. Iets groots. En met groot, bedoel ik écht heel groot. Logisch natuurlijk, want dat was zij.
“Je krijgt nog twee kansen,” zei de verloskundige ineens serieus. “Daarna wordt het een knip of de vacuümpomp.”
Oké, nu werd het menens. De knop ging om en ik gaf alles wat ik in me had. En ja hoor: met twee keer persen was ze er. Binnen 20 minuten vanaf het moment dat ik wakker werd gemaakt. Ons allermooiste cadeau en liefste meisje: Esmee.
Ze krijste meteen. Wij huilden ook. Ze lag op mijn borst en vanaf dat moment werd alles een waas. Ze was er, eindelijk veilig. Nu de placenta nog, en daarna ging ze met mijn vriend mee naar de afdeling neonatologie. Er zouden lange ziekenhuisdagen komen vanwege haar vroeggeboorte. Maar dat kon me niets schelen.
Ik was verliefd.
Trots.
Alle gelukshormonen raasden door mijn lichaam.
En wist: samen slaan we ons er wel doorheen.
Ik zou het zo opnieuw doen.
(Oh pssst: ik mocht mijn verhaal over de vroeggeboorte van Esmee delen bij Strong Babies, lees die hier!)
Mijn verhaal is slechts één van de vele positieve bevallingsverhalen
Zin in nóg meer positieve bevallingsverhalen? Lees ze hier! Tuurlijk kan het ook anders gaan. Óók dat is de realiteit. Het enige wat ik hiermee wil zeggen is: wees niet bang voor wat komen gaat. Laat je niet bang maken. Want ondanks alles, het klopt wat ze zeggen: je bent alles vergeten zodra je je baby op je borst hebt liggen. Dat geluksgevoel is zó groot. Het overwint alles. Juist daarom wil ik laten zien dat positieve bevallingsverhalen óók bestaan, naast alle horrorverhalen die je al vaak genoeg hoort. Nog niet uitgelezen? Ontdek nog meer zwangerschapspraat en leuke baby-DIY’s hier.







